Je kent ze vast wel. Van die dagen waarop niets loopt zoals je het gepland had.
De ochtend begint al rommelig. Er wordt te laat opgestaan, een boek blijkt nog thuis te liggen en voor je het weet is er al discussie voordat iedereen de deur uit is.
Later op de dag zie je ook nog een nieuwe onvoldoende binnenkomen. Daar zakt je moed toch een beetje van in je schoenen. Als je er thuis naar vraagt, haalt je zoon zijn schouders op.
“Valt wel mee hoor, ik kan het nog prima ophalen.”
Maar hoe dan? Hoe gaan we dit nu weer oplossen?
Moeten we hem dan elke dag controleren op zijn huiswerk?
Bijles regelen? Of toch maar vaker meekijken in Magister?
Volgens mij zit daar juist het probleem. We zijn onze kinderen vaak voor.
Tegenwoordig weten wij als ouders vaak al dat er een onvoldoende is, nog voordat onze kinderen er zelf goed naar gekeken hebben. We krijgen meldingen van cijfers en kijken regelmatig even mee. Nog voordat zij er iets over zeggen, weten wij het vaak al.
Ik hoor kinderen daar ook wel eens iets over zeggen.
“Als ik blij thuiskom met een mooi cijfer, weten ze het al. Dat is zo vervelend.”
Daarmee nemen we onze kinderen misschien wel iets belangrijks uit handen: de kans om het zelf te ontdekken en er iets mee te doen.
Het lijkt soms ook alsof kinderen bijna niet meer mogen falen. Een onvoldoende moet meteen hersteld worden. Het liefst zo snel mogelijk. En vaak met hulp van ouders.
Terwijl ik er juist in geloof dat je groeit door fouten te maken en door ze zelf op te lossen.
Wat gebeurt er als we onze kinderen eerst zelf laten vertellen hoe het op school gaat? Vaak begint het gesprek dan zo:
“Mijn wiskunde ging best goed.”
“Voor geschiedenis had ik een 7.”
En die ene diepe onvoldoende?
Die komt soms pas later. Of helemaal niet… omdat hij inmiddels al bezig is om die weer op te halen. Niet omdat wij het hebben opgelost, maar omdat hij het zelf heeft aangepakt.
Veel ouders herkennen het misschien wel.
Je vraagt of het huiswerk al af is. Je herinnert je kind nog even aan die toets morgen. Of je zegt: “Ik zag dat je een melding had over huiswerk dat niet gemaakt was, hoe komt dat?”
Allemaal goed bedoeld. Maar ondertussen leren kinderen ook iets anders: Als het misgaat, lossen papa of mama het wel op.
En juist dat willen we ze eigenlijk niet leren. Fouten maken hoort bij leren.
Een onvoldoende kan vervelend zijn, maar het kan ook precies het moment zijn waarop een kind denkt: “Dit moet anders.”
Misschien is het dus niet de vraag of we onze kinderen moeten helpen. Maar wanneer we dat doen. Soms is helpen namelijk niet meteen ingrijpen, controleren of oplossen.
Soms is helpen juist: een stapje terug doen.
Zodat onze kinderen zelf kunnen ervaren dat ze meer kunnen dan ze misschien zelf (en wij als ouders) soms denken.
