Je zit aan tafel met je kind. Boeken open. Pen in de hand.

 Na een paar minuten: zuchten… wegkijken… telefoon erbij… En ergens denk je: Waarom doet hij nou zo moeilijk? Hij kan het toch gewoon?   Of op school: Ze doet zo weinig. Er zit meer in, maar het komt er niet uit.

Maar wat als dit niet gaat over motivatie?

Wat als we naar het verkeerde stukje kijken? 

In mijn werk zie ik dit elke week. Ik werk met jongeren die “niet gemotiveerd” worden genoemd. En bijna altijd ontdek ik hetzelfde: Ze zijn wél gemotiveerd. Alleen niet voor wat er van hen gevraagd wordt.

Een jongen die geen huiswerk maakt, blijkt zich elke dag volledig in te zetten om de spanning tussen zijn ouders te verminderen.

Een meisje dat in de klas afhaakt, blijkt urenlang te kunnen tekenen, daar is ze gefocust, rustig en precies.

Een leerling die “lui” genoemd wordt, blijkt elke dag 10 km te lopen om zijn hoofd leeg te krijgen. Dat is geen gebrek aan motivatie. Dat is een andere richting van motivatie.

Wat er onder gedrag zit

Gedrag is geen probleem. Gedrag is een signaal. Als een jongere afhaakt, zegt dat vaak: 

  • Ik voel me hier niet veilig.
  • Ik snap het niet en durf het niet te laten zien.
  • Er speelt iets dat belangrijker voelt dan dit.
  • Ik heb geen idee waar ik het voor doe.

 En soms is het nog simpeler: Ik ervaar hier geen succes. 

Een moment dat alles kan veranderen. 

 Een jongen vertelde mij ooit: “Eén docent zei dat ik goed kon uitleggen. Sindsdien durf ik meer te zeggen in de klas.” Dat ene moment. Dat ene gevoel van: ik kan iets. Dat is waar motivatie begint.

Niet bij cijfers. Niet bij druk. Maar bij ervaren dat je ertoe doet.

Wat jij kunt doen (thuis én in de klas)

 🌿 1. Word nieuwsgierig (echt nieuwsgierig) Niet: “Waarom doe je dit niet?” Maar: “Wanneer lukt het je wél?” Daar ligt de ingang.

 🌿 2. Zoek de plek waar het al stroomt. Iedere jongere heeft iets waar hij: energie van krijgt; in kan verdwijnen; zich competent voelt. Gebruik dat als brug.

 🌿 3. Verlaag de druk, verhoog de verbinding. Motivatie groeit niet onder druk. Motivatie groeit in contact. Soms is dit al genoeg: even samen wandelen,; iets doen zonder “moeten”; luisteren zonder oplossing. (En ja… dat voelt soms alsof je “niets doet”, maar dit is precies waar het begint.)

🌿 4. Geef invloed terug. Jongeren willen geen controle kwijt, ze willen serieus genomen worden. Vraag eens: “Wat heb jij nodig om dit wél te laten lukken?” De antwoorden verrassen vaak.

🌿 5. Kijk anders naar ‘niet doen’. Niet: lui, ongemotiveerd, ongeïnteresseerd. Maar: beschermend gedrag, een keuze die ergens voor dient.  

De verschuiving die alles verandert. Van: Hoe krijg ik mijn kind in beweging? Naar: Wat beweegt mijn kind eigenlijk al? Dat is een compleet andere blik. En precies daar ontstaat ruimte.

Waarom dit zo belangrijk is?

Omdat jongeren in deze fase van hun leven vooral bezig zijn met één vraag: Ben ik oké zoals ik ben? Als het antwoord daarop “ja” begint te worden, volgt motivatie bijna vanzelf.

Tot slot (voor jou als ouder / begeleider)

Je hoeft het niet perfect te doen. Wat helpt is dit:

  • iets vaker vertragen
  • iets minder invullen
  • iets meer kijken zonder oordeel

En vooral: Blijven zoeken naar het verhaal achter het gedrag.

🌿In mijn begeleiding werk ik vaak letterlijk in beweging, wandelend, buiten, of via doen. Omdat jongeren dan makkelijker laten zien wat er vanbinnen speelt, zonder dat ze het meteen onder woorden hoeven te brengen.