Mijn visie op groei en ontwikkeling

groeien vanuit verbinding

Wanneer ik naar ontwikkeling kijk, denk ik vaak aan een boom. Een boom groeit niet doordat iemand aan de takken trekt. Hij groeit wanneer de omstandigheden waarin hij staat, goed genoeg zijn. Wanneer de wortels voeding en houvast vinden, wanneer er ruimte is om te groeien en wanneer hij zich kan verbinden met zijn omgeving. Voor mij geldt dat ook voor kinderen en jongeren. Een kind hoeft niet gemaakt of gerepareerd te worden. Het draagt zijn eigen groeikracht al in zich. Mijn rol als coach is daarom niet om een kind te vertellen hoe het moet groeien, maar om samen te onderzoeken wat het nodig heeft om vanuit zichzelf verder te kunnen groeien.

De wortels
De basis van ontwikkeling

Een boom kan alleen groeien wanneer zijn wortels stevig genoeg zijn. Ook bij kinderen begint ontwikkeling voor mij bij de basis: veiligheid, vertrouwen, gezien en gehoord worden, ruimte en verbinding.

Veiligheid betekent daarbij meer dan weten dat je lichamelijk veilig bent. Het betekent ook dat je mag zijn wie je bent. Dat je vragen mag stellen, emoties mag voelen, fouten mag maken en niet voortdurend het gevoel hebt dat je moet voldoen aan verwachtingen. Vanuit die basis ontstaat ruimte. Ruimte om nieuwsgierig te zijn, om te ontdekken, om te proberen en opnieuw te beginnen. Ruimte om jezelf steeds beter te leren kennen. Want pas wanneer een kind zich voldoende veilig voelt, kan het zich werkelijk openen voor ontwikkeling.

De stam
Weten wie je bent

De stam geeft een boom stevigheid en draagt wat zich verder ontwikkelt. Bij kinderen en jongeren zie ik de verbinding met jezelf als die stevige basis. Weten wat je voelt. Ontdekken wat je nodig hebt. Ervaren wat bij jou past. Langzaam leren vertrouwen op je eigen mogelijkheden.

Ieder kind heeft daarin zijn eigen karakter, nieuwsgierigheid en innerlijke wijsheid. Die hoeft niet door ons gemaakt te worden; ze is er al. Toch kunnen kinderen onderweg het contact met zichzelf gedeeltelijk kwijtraken. Door verwachtingen, ervaringen, onzekerheid, prestatiedruk of de behoefte om erbij te horen kunnen beschermende lagen ontstaan. Die lagen zijn niet zomaar ‘lastig gedrag’. Vaak hebben ze ooit geholpen om jezelf staande te houden. Daarom kijk ik met nieuwsgierigheid naar gedrag. Niet alleen: “Hoe krijgen we dit gedrag weg?” Maar vooral: “Wat vertelt dit gedrag ons?” “Wat zit eronder?” “Wat heeft deze jongere nodig om zich weer veilig genoeg te voelen?” Wanneer veiligheid en verbinding terugkomen, kunnen beschermende lagen langzaam zachter worden. En ontstaat er opnieuw ruimte om te voelen, te kiezen en te ontdekken wie je werkelijk bent.

De takken
Ontdekken, leren en groeien

Vanuit een stevige basis kan een boom naar buiten groeien. Hij maakt takken, krijgt nieuwe scheuten en beweegt mee met wat er om hem heen gebeurt. Groei gaat niet alleen omhoog, maar ook naar buiten: de wereld in. Zo zie ik ook de ontwikkeling van kinderen. Ontwikkeling ontstaat door ervaren. Door te spelen, te bewegen, te voelen, te proberen, fouten te maken, vragen te stellen, stil te staan en opnieuw te beginnen. Niet alleen met je hoofd, maar met je hele mens-zijn. Een fout is daarbij geen bewijs dat iets niet lukt. Een fout ís onderdeel van het leren. Wanneer kinderen ervaren dat ze fouten mogen maken zonder dat dit iets zegt over hun waarde, ontstaat moed om te experimenteren.

Geen boom groeit hetzelfde

 Misschien is dit wel een van de belangrijkste dingen die een bos ons kan leren. Een eik hoeft niet te groeien als een berk. De ene boom groeit snel, de andere langzaam. De ene zoekt het licht, de andere gedijt beter in de beschutting. Geen boom hoeft zich te vergelijken met de boom ernaast om bestaansrecht te hebben.

Ook kinderen ontwikkelen zich niet allemaal op dezelfde manier of in hetzelfde tempo. Het ene kind leest vroeg, het andere ontdekt juist een bijzonder talent voor bouwen, muziek, sport, verhalen of het aanvoelen van anderen. Een kind kan op het ene gebied grote stappen zetten en op een ander gebied meer tijd nodig hebben. Voor mij gaat ontwikkeling daarom niet over de vraag: “Waar staat dit kind ten opzichte van anderen?” Maar over: “Welke groei zie ik bij dit kind zelf?” Niet vergelijken, maar werkelijk kijken.

De omgeving
Een boom groeit nooit alleen

Een boom staat nooit los van zijn omgeving. Licht, water, bodem, andere bomen, seizoenen en de ruimte om hem heen hebben allemaal invloed op hoe hij groeit.

Ook een kind groeit niet alleen. Ouders, gezin, school, vrienden en andere belangrijke mensen maken allemaal deel uit van de omgeving waarin een kind zich ontwikkelt. Daarom kijk ik in coaching niet alleen naar het kind, maar ook naar de relaties en de omgeving eromheen.

Soms ligt de sleutel niet in het veranderen van het kind, maar in het opnieuw verbinden van mensen met elkaar. Want wanneer een kind boos is, zich terugtrekt of vastloopt, is de zichtbare hulpvraag niet altijd de werkelijke vraag. Achter boosheid kan verdriet zitten. Achter onzekerheid het verlangen om jezelf te mogen zijn. Achter teruggetrokken gedrag de behoefte om gezien te worden. Duurzame groei begint daarom voor mij niet met oplossingen, maar met verbinding. Met jezelf, met de ander en met de wereld om je heen.

De natuur als spiegel

Daarom speelt de natuur ook een belangrijke rol in mijn manier van werken. De natuur geeft letterlijk ruimte. Om te bewegen, stil te worden, te ervaren en met andere ogen te kijken. Een gesprek hoeft niet altijd tegenover elkaar aan tafel plaats te vinden. Soms ontstaat een inzicht juist wanneer je samen loopt, even stilvalt of aandachtig kijkt naar wat er om je heen gebeurt.

De natuur herinnert ons eraan dat groei niet afgedwongen kan worden. Je kunt een boom niet sneller laten groeien door harder aan zijn takken te trekken. Je kunt wel zorgen voor een voedingsbodem waarin groei mogelijk wordt. Dat is ook hoe ik mijn rol als coach zie.

Mijn rol als coach

Ik wil naast een jongere of het gezin staan. Niet als degene die alle antwoorden heeft, maar als iemand die luistert, vragen stelt, vertraagt en helpt om opnieuw te kijken. Ik wil een plek bieden waar je even niet hoeft te presteren. Waar je mag onderzoeken, twijfelen, voelen en opnieuw beginnen. Waar niet alleen gekeken wordt naar wat moeilijk gaat, maar ook naar wat er al is: kwaliteiten, mogelijkheden, nieuwsgierigheid en kracht. Mijn uitgangspunt is steeds: Wat heeft deze jongere nodig om vanuit zichzelf verder te kunnen groeien?

Daarbij kijk ik niet alleen naar de takken die zichtbaar zijn, maar juist ook naar de wortels. Want uiteindelijk gaat mijn visie op groei niet over een kind zo snel mogelijk ergens naartoe brengen. Het gaat over het creëren van de omstandigheden waarin een kind steeds meer zichzelf kan worden.

Niet trekken aan de takken,
maar zorgen voor de wortels.

Dat is voor mij groeien vanuit verbinding.

Marianne van Hartingsveldt Coaching & Groei copyright 2026