Week van de Opvoeding – Kijk eens door mijn ogen

Je puber komt thuis uit school. Hij gooit zijn tas in de hoek, mompelt iets wat op een begroeting lijkt en verdwijnt naar boven. Je vraagt nog hoe zijn dag was, maar krijgt niet meer dan een kortaf 'goed' terug. En daar sta je dan.

Misschien voel je wat irritatie. Je hebt hem de hele dag niet gezien en had gehoopt even gezellig bij te praten. Je vindt het jammer dat hij nauwelijks aandacht voor je heeft, maar wat als je diezelfde situatie eens door zijn ogen zou bekijken?

Misschien heeft hij de hele dag tussen klasgenoten gezeten. Geprobeerd erbij te horen, zich aangepast aan verwachtingen, gelachen om grapjes die hij eigenlijk niet leuk vond. Misschien heeft hij een toets gemaakt waar hij behoorlijk tegenop zag en nu is hij thuis. Op de plek waar hij even niets hoeft. Waar hij gewoon zichzelf kan zijn, zonder iets uit te hoeven leggen.

Twee mensen. Dezelfde situatie. En toch een heel andere beleving. Maar er is nog iets interessants.

Want waar komt jouw verwachting vandaan dat hij even gezellig komt vertellen over zijn dag? Is dat hoe het vroeger bij jou thuis ging? Is het omdat je graag betrokken wilt blijven bij zijn leven? Of omdat je zijn terugtrekken misschien een beetje ervaart als afstand nemen van jou? Waarschijnlijk is het een combinatie van verschillende dingen en dat is helemaal niet vreemd. We kijken nu eenmaal allemaal vanuit onze eigen ervaringen naar de wereld.

We zien wat we zien. Maar zien we ook het hele verhaal?

Deze week staat de Week van de Opvoeding in het teken van 'Kijk eens door mijn ogen'. Een uitnodiging om ons te verplaatsen in de wereld van kinderen en jongeren. Om te luisteren, te begrijpen en oog te hebben voor de verschillende achtergronden en omstandigheden waarin zij opgroeien.

Een thema dat me raakt, omdat het zo mooi aansluit bij iets wat ik in al die jaren in het onderwijs en in mijn werk met gezinnen steeds opnieuw heb mogen ervaren. Achter gedrag schuilt vaak zoveel meer dan we op het eerste gezicht kunnen zien. Een kind dat niet wil meewerken. Een leerling die voortdurend de aandacht trekt. Een puber die boos reageert op een ogenschijnlijk eenvoudige vraag.

We zien het gedrag en proberen daar iets mee te doen. We spreken aan, stellen grenzen, zoeken naar oplossingen. Allemaal vanuit de wens om kinderen verder te helpen. Maar hoe vaak staan we stil bij wat er achter dat gedrag schuilgaat? En misschien nog wel interessanter: hoe vaak realiseren we ons dat onze eigen ervaringen bepalen wat we eigenlijk denken te zien?

Wat voor jou vanzelfsprekend is, hoeft dat voor een ander niet te zijn

Misschien ben jij opgegroeid in een gezin waarin je altijd luisterde naar volwassenen. Waar beleefd zijn en respect tonen belangrijk waren. Dan kan het behoorlijk wennen zijn wanneer je eigen kind overal vragen over stelt, met je in discussie gaat of niet zomaar aanneemt wat je zegt.

Je kunt dat ervaren als brutaal of respectloos. Maar wat als je kind helemaal niet probeert je gezag te ondermijnen? Wat als het juist probeert te begrijpen waarom iets moet? Of ontdekt dat het er ook een eigen mening op na mag houden?

Of misschien heb jij van jongs af aan geleerd om door te zetten. Niet te snel opgeven, ook niet wanneer iets moeilijk is. Wat gebeurt er dan wanneer je kind aangeeft dat het niet meer lukt? Kun je dan horen dat het ergens mee worstelt? Of merk je dat je eerste gedachte toch is dat het wat meer doorzettingsvermogen mag tonen?

Dat zijn geen vreemde reacties.

We nemen allemaal onze eigen geschiedenis mee. De manier waarop we zijn opgevoed, wat we hebben meegemaakt, wat we belangrijk vinden en wat we in de loop van ons leven hebben geleerd. Vaak zijn we ons daar niet eens van bewust. Totdat we iemand ontmoeten die de wereld heel anders ervaart.

Hetzelfde gedrag, een ander verhaal

Stel je eens een leerling voor die regelmatig te laat op school komt. De docent heeft hem al meerdere keren aangesproken. Er zijn afspraken gemaakt en misschien zijn er zelfs consequenties aan verbonden. Toch staat hij opnieuw te laat voor de deur. Het is begrijpelijk dat dit irritatie oproept. Want afspraken maken we niet voor niets.

Maar wat als die jongen iedere ochtend zijn jongere zusje naar school brengt, omdat zijn moeder al vroeg moet werken? Of wat als hij thuis nauwelijks slaapt door de spanningen die er zijn?

Dat betekent niet dat op tijd komen ineens onbelangrijk is, maar het verandert misschien wel de manier waarop je het gesprek met hem aangaat. In plaats van: 'Waarom ben je nou alweer te laat?' Zou je kunnen vragen: 'Het valt me op dat het je de laatste tijd niet lukt om op tijd te komen. Hoe komt dat eigenlijk?' Een klein verschil in woorden, maar mogelijk een wereld van verschil voor de leerling die tegenover je staat.

Want waar de eerste vraag vooral vraagt om verantwoording, nodigt de tweede uit om iets van zichzelf te laten zien. Misschien ontdek je dan dat er achter dat te laat komen een verhaal schuilgaat dat je helemaal niet kende.

Dat geldt niet alleen voor kinderen die opgroeien in moeilijke omstandigheden, ook binnen gezinnen waarin alles ogenschijnlijk goed verloopt, kunnen kinderen de wereld heel verschillend beleven.

Wat voor het ene kind een gezellige, drukke verjaardag is, kan voor het andere kind een middag vol prikkels zijn.

Waar de ene jongere zich prettig voelt in een grote vriendengroep, vindt de ander juist rust in een paar hechte contacten.

Wat wij als ouders of professionals belangrijk vinden, hoeft niet altijd hetzelfde te zijn als wat voor een kind op dat moment belangrijk voelt. Juist die verschillen maken het zo waardevol om nieuwsgierig te blijven.

Begrijpen betekent niet dat alles mag

Soms lijkt het alsof we moeten kiezen tussen begrip tonen en grenzen stellen, maar volgens mij hoeven die twee elkaar helemaal niet uit te sluiten. Je kunt begrijpen dat je puber teleurgesteld is omdat hij niet naar een feestje mag, en tegelijkertijd bij je besluit blijven. Je kunt zien dat een leerling het moeilijk heeft, zonder ongewenst gedrag goed te keuren en je kunt erkennen dat een kind boos of verdrietig is, zonder dat je die gevoelens meteen hoeft weg te nemen.

Want kinderen hebben ook duidelijkheid en grenzen nodig. Er is echter een verschil tussen een grens stellen vanuit de behoefte om gedrag te corrigeren, of een grens stellen terwijl je oog blijft houden voor de mens achter dat gedrag. Het verschil zit soms in iets heel kleins. In je toon. In de woorden die je kiest. In de tijd die je neemt om te luisteren. Of in de bereidheid om niet meteen te weten wat er aan de hand is.

En hoe is het eigenlijk om door de ogen van een kind naar onszelf te kijken?

Die vraag vind ik minstens zo interessant. Want we vragen kinderen regelmatig om rekening te houden met anderen.

'Hoe denk je dat dat voor hem voelt?'

'Zou jij het leuk vinden als iemand dat bij jou deed?'

'Probeer je eens voor te stellen hoe zij zich voelt.'

Waardevolle vragen, want we willen kinderen leren om zich in een ander te verplaatsen. Maar hoe vaak stellen we diezelfde vraag aan onszelf? Hoe ervaart jouw kind jou eigenlijk? Wat ziet een leerling wanneer hij naar jou als docent kijkt? Ziet hij iemand bij wie hij terechtkan wanneer iets niet lukt? Iemand die nieuwsgierig is naar zijn verhaal? Iemand bij wie hij fouten mag maken?

Wat gebeurt er wanneer jij moe bent, haast hebt of je zorgen maakt? Want ook wij hebben onze dagen waarop het allemaal wat minder gemakkelijk gaat. Waarop we sneller reageren dan we eigenlijk zouden willen. Waarop we met onze gedachten ergens anders zijn, terwijl een kind juist iets met ons probeert te delen. Dat hoort bij mens zijn. We hoeven niet altijd alles goed te doen.

We kunnen wel wat vaker stilstaan bij wat ons eigen gedrag bij een kind oproept. Niet om onszelf te veroordelen, maar omdat daar zoveel te ontdekken valt. Want kinderen leren niet alleen van wat we zeggen of uitleggen. Ze ervaren vooral hoe we met hen omgaan. Hoe we reageren wanneer iets niet gaat zoals verwacht. Hoe we luisteren, grenzen stellen, fouten maken en daar vervolgens mee omgaan en soms vertelt hun reactie ons ook iets over onszelf.

Wat als we wat minder snel zouden weten?

We doen allemaal wat we denken dat goed is. Als ouders, leerkrachten, opvoeders en begeleiders. Vanuit liefde, betrokkenheid en de wens om kinderen te helpen groeien. We nemen onze kennis en ervaringen mee en proberen daarmee zo goed mogelijk aan te sluiten bij wat een kind nodig heeft. Hoe mooi zou het zijn wanneer we onszelf wat vaker de ruimte geven om niet meteen te weten?

Om een vraag te stellen in plaats van een conclusie te trekken.

Om te luisteren zonder alvast een oplossing te bedenken.

Om nieuwsgierig te blijven, ook wanneer gedrag ons raakt of wanneer iemand de wereld heel anders ziet dan wij.

Want ieder kind groeit op met een eigen verhaal. Een eigen geschiedenis, eigen ervaringen, gevoelens, verlangens en overtuigingen. Net zoals wij. Juist daarin kunnen we elkaar ontmoeten. Niet door alles van elkaar te begrijpen of het altijd met elkaar eens te zijn, maar door bereid te zijn om verder te kijken dan wat we op het eerste gezicht zien.

Deze Week van de Opvoeding nodigt ons uit om de wereld eens door de ogen van een kind te bekijken. Ik zou daar graag nog iets aan toevoegen. Durf ook eens nieuwsgierig te zijn naar de bril waardoor je zelf kijkt. Want misschien ontdek je dan niet alleen iets nieuws over het kind tegenover je, maar ook iets over jezelf En ontstaat er juist vanuit die nieuwsgierigheid meer ruimte om elkaar werkelijk te zien.