over perfectionisme bij pubers (en wat dat met jou te maken heeft)
Hij zit gebogen over zijn laptop. Niet om iets nieuws te maken. Maar om het nog één keer na te kijken. En nog een keer. “Volgens mij is het goed zo,” zeg je voorzichtig. “Ja… maar misschien kan dit stukje nog beter.” Je ziet het steeds vaker. Niet alleen in cijfers. Maar vooral in hoe je kind ermee omgaat. Die opdracht die al af is… maar nooit écht klaar voelt. Dat werkstuk waar ineens weer iets aan “moet”. Het groepsproject waarbij jouw kind uiteindelijk alles zelf doet. Het blijven checken, verbeteren, aanscherpen. Het niet kunnen stoppen. En ergens voelt het dubbel. Je denkt: wat een inzet. Maar ook: wanneer is het genoeg?
Het lijkt doorzettingsvermogen… maar voelt anders
Aan de buitenkant ziet het er goed uit. Je kind is verantwoordelijk. Zet door. Gaat voor kwaliteit. Misschien krijg je zelfs complimenten van school. Maar jij ziet iets anders. De spanning. De onrust. Het niet kunnen loslaten. Alsof er altijd nog iets beter moet.
Het verlangen naar controle
Perfectionisme bij pubers gaat vaak niet over “de beste willen zijn”. Het gaat over grip houden. Over zeker weten dat het klopt. Dat het goed is. Dat er niets mis kan gaan. Want als zij het zelf doen… dan hebben ze controle. En controle voelt veilig.
“Laat mij het maar doen”
Een groepsopdracht. Je hoort: “Ze doen echt niks.” “Ik heb het maar zelf gedaan.” “Dan weet ik tenminste dat het goed gebeurt.” Klinkt verantwoordelijk. Misschien zelfs volwassen. Maar onder de oppervlakte zit vaak iets anders: de spanning als het niet in eigen handen ligt, het wantrouwen dat anderen het “anders” doen, de frustratie als het niet gaat zoals zij het zouden doen. En heel eerlijk? Het is ook een beetje eenzaam.
De lat die jij niet ziet
Je puber heeft een lat. Maar die zie je niet altijd. Het is geen cijferlat. Het is een innerlijke lat. Het moet kloppen. Het moet netjes. Het moet volledig. Het moet… beter dan “gewoon goed”. En die lat schuift steeds een beetje op. Niet omdat jij dat vraagt. Maar omdat zij dat van zichzelf zijn gaan vragen.
Een gewone avond bij jullie thuis
Je dochter heeft een presentatie. Alles is af. De dia’s kloppen. Het verhaal zit goed. Toch zit ze ’s avonds weer achter haar laptop. “Je was toch al klaar?” vraag je. “Ja… maar ik wil het nog even checken.” Nog even wordt: nog langer doorgaan, nog meer aanpassen, nog minder rust. En jij zegt misschien: “Je moet het ook een keer loslaten.” Maar voor haar voelt loslaten niet als een keuze. Het voelt als risico.
Perfectionisme is vaak stille angst
Niet luid. Niet dramatisch. Maar wel aanwezig. De angst dat het niet goed genoeg is. De angst dat anderen het verpesten. De angst om controle te verliezen. En soms ook: niet goed weten hoe het anders kan.
En dan kom jij in beeld
Niet als oorzaak. Maar wel als invloed. Want hoe ga jij zelf om met controle? Doe je dingen liever zelf, “dan weet je zeker dat het goed gaat”? Heb je moeite met slordigheid of half werk? Voel je irritatie als iets nét niet klopt? Verbeter je soms ongemerkt wat je kind heeft gedaan? Je hoeft het niet uit te spreken. Ze voelen het toch.
Waar zit jouw ongemak?
Een vraag die een beetje schuurt: Waar word jij ongemakkelijk van als je kind het níet perfect doet? Als het slordig is? Als het “half” af voelt? Als een ander invloed heeft op het resultaat? En nog een stap verder: Kun jij het verdragen dat iets niet optimaal is? Niet omdat het moet.
Maar omdat het leven zo werkt.
Kleine momenten, grote invloed
Perfectionisme groeit vaak in kleine dingen: “Kijk er nog even naar, er zitten vast foutjes in”. “Zou je het niet iets netter doen?”. Zelf iets overnemen “omdat het sneller gaat”. Het ongemak bij chaos of slordigheid. Maar het kan ook verzachten in kleine dingen: “Wanneer is het voor jou goed genoeg?” “Wat gebeurt er als je het zo laat?” “Je hoeft het niet alleen te doen” “Samen is anders, niet slechter”
Misschien gaat het niet alleen over je kind
Hier zit de angel. Soms is het lastig om je kind te zien worstelen met loslaten… omdat jij dat zelf ook lastig vindt. Omdat controle ook jou iets geeft. Overzicht. Rust. Zekerheid. En dat is begrijpelijk. Maar als jouw manier de norm wordt, nemen zij die stilletjes over.
Wat als “goed genoeg” echt genoeg mag zijn?
Stel je voor dat je kind leert: dat iets af ook echt af mag zijn, dat samenwerken rommelig mag zijn, dat fouten maken oké is, dat loslaten spannend mag zijn en tóch veilig. Dat vraagt oefening. Van hen. En van jou.
Een kleine oefening
De volgende keer dat je kind blijft schaven, verbeteren of controleren… Zeg niet meteen: “Stop maar.” Vraag eens: “Wat maakt dat het nog niet goed genoeg voelt?” En luister. Niet om het op te lossen. Maar om te begrijpen.
Perfectionisme lijkt soms krachtig. Maar kan stilletjes uitputten. En jij… kunt helpen om daar wat ruimte in te brengen. Niet door het over te nemen. Maar door te laten zien dat het ook anders mag. Misschien niet perfect. Maar wel vrijer.
