Over veerkracht, zelfvertrouwen en de waarde van ergens moeite voor doen
Soms denk ik nog weleens terug aan mijn eerste vakantiebaantjes. Om zes uur ’s ochtends stond ik met een emmer op het land bij de boer. Op mijn knieën ging ik rij na rij door het veld om bonen te plukken. Niet omdat ik dat zo leuk vond, maar omdat ik een doel had. Ik wilde heel graag een horloge kopen. Achteraf besef ik dat ik daar veel meer heb geleerd dan alleen bonen plukken. Die gedachte kwam onlangs weer bij me op tijdens een gesprek met een jongere.
Een wereld waarin alles snel lijkt te gaan
De afgelopen tijd hoor ik tijdens gesprekken met jongeren regelmatig opmerkingen als:
“Ik ga echt niet in een spoelkeuken werken.”
“Voor dat salaris ga ik mijn bed niet uit.”
“Waarom zou ik fruit gaan plukken? Dan moet ik veel te vroeg opstaan en word ik helemaal vies.”
“Ik krijg alleen maar de rotklusjes, terwijl anderen het leuke werk mogen doen.”
Misschien herken je deze uitspraken ook wel en eerlijk gezegd begrijp ik ze ook. Jongeren groeien op in een wereld die heel anders is dan de wereld waarin veel ouders zijn opgegroeid. Een wereld waarin bijna alles direct beschikbaar is. Bevalt een filmpje niet? Dan scroll je verder. Is een serie niet leuk? Dan kies je een andere. Wil je iets bestellen? Dan heb je het vaak de volgende dag al in huis. En ook als het gaat om geld zijn de mogelijkheden veranderd. Achteraf betalen is heel normaal geworden. Een aankoop hoeft niet altijd meer te wachten totdat je ervoor hebt gespaard.
Dat is niet goed of fout. Het is simpelweg de tijd waarin jongeren opgroeien. Die tijd biedt ontzettend veel kansen. Jongeren kunnen leren, ontdekken, ondernemen en zich ontwikkelen op manieren die vroeger nauwelijks mogelijk waren. Maar iedere ontwikkeling heeft ook een keerzijde. Wanneer veel dingen snel gaan, wordt wachten moeilijker. Wanneer er altijd een alternatief lijkt te zijn, wordt volhouden soms lastiger. En wanneer sociale media vooral de successen van anderen laten zien, kan ongemerkt het idee ontstaan dat succes iets is wat vanzelf gebeurt. Terwijl we de weg ernaartoe vaak niet zien.
Wat ik zie in mijn praktijk
In mijn praktijk spreek ik veel jongeren. Ik ontmoet slimme, betrokken, creatieve en gevoelige jongeren die graag iets van hun leven willen maken. Tegelijkertijd merk ik dat de verwachtingen soms hoog zijn. Niet alleen de verwachtingen die anderen van hen hebben, maar ook de verwachtingen die zij van zichzelf hebben. Ze willen graag een opleiding kiezen die perfect bij hen past. Een leuke baan, leuke collega’s, werk waar ze energie van krijgen en natuurlijk is daar helemaal niets mis mee. Maar het leven verloopt nu eenmaal niet altijd zoals we hopen.
Iedere jongere krijgt vroeg of laat te maken met teleurstellingen. Een onvoldoende. Een afwijzing voor een opleiding. Een conflict met een vriend of vriendin. Een werkgever die kritiek geeft. Een bijbaan die minder leuk blijkt te zijn dan verwacht. Dat zijn allemaal ervaringen die horen bij het opgroeien.
Toch zie ik dat sommige jongeren hierdoor behoorlijk aan zichzelf kunnen gaan twijfelen. Alsof een tegenslag betekent dat ze hebben gefaald. Misschien is dat niet zo vreemd. We leven in een maatschappij waarin veel zichtbaar is, behalve de weg die eraan voorafgaat. We zien het diploma, maar niet de herkansing. We zien de nieuwe baan, maar niet de afwijzingen. We zien de mooie vakantie, maar niet de uren die iemand daarvoor heeft gewerkt. Juist daarom geloof ik dat jongeren geholpen zijn met ervaringen waarin ze ontdekken dat ze meer aankunnen dan ze vooraf dachten.
Wat mijn eerste vakantiebaan mij leerde
Terwijl ik dit schrijf, moet ik glimlachen als ik terugdenk aan mijn eigen eerste vakantiebaantjes. Om zes uur ’s ochtends meldde ik mij met een emmer op het land bij de boer. Op mijn knieën ging ik rij na rij door het veld om bonen te plukken. Voor iedere volle kist kreeg ik een vast bedrag. Dat betekende ook: hoe harder ik werkte, hoe meer ik verdiende. Van zes tot negen plukte ik bonen. Daarna ging ik naar huis om snel iets te eten. Om tien uur stond ik alweer bij een andere boer om bessen te plukken. Rond het middaguur zat de werkdag erop en ging ik moe, warm en vaak met aarde onder mijn nagels weer naar huis. Eerst douchen en daarna genieten van de rest van de zomervakantie. Was dat leuk?
Nee, eerlijk gezegd niet. Ik weet nog goed dat ik mezelf regelmatig afvroeg waar ik eigenlijk aan begonnen was. Vroeg opstaan, vieze handen, zere knieën, werken in de warmte. Het was echt niet mijn favoriete manier om mijn zomervakantie door te brengen. Maar ik had een doel. Ik wilde graag een horloge kopen. Na twee weken hard werken had ik genoeg verdiend. Ik weet nog precies hoe trots ik was toen ik dat horloge eindelijk kon kopen. Volgens mij ben ik nog nooit zo trots én zo zuinig geweest op een horloge als op dat horloge. Niet omdat het zo bijzonder was.
Maar omdat ik wist hoeveel moeite het me had gekost om ervoor te sparen. Dat gevoel van trots is me altijd bijgebleven. En misschien is dat wel precies wat ik jongeren vandaag de dag zo gun. Niet dat ze allemaal bonen of bessen moeten gaan plukken. Iedere generatie groeit op in een andere tijd en kent andere uitdagingen. Maar wel dat ze ervaren hoe bijzonder het voelt om ergens zelf voor te werken. Om te ontdekken dat je iets kunt bereiken door vol te houden, ook als iets soms tegenvalt of minder leuk is dan je had gehoopt.
Een bijbaan leert zoveel meer dan werken
Een bijbaan levert natuurlijk geld op, maar misschien is dat wel de minst belangrijke opbrengst. Je leert verantwoordelijkheid nemen, je leert afspraken nakomen, je leert samenwerken, je leert omgaan met collega’s. Je leert dat je soms werk moet doen waar je niet direct enthousiast van wordt. En misschien nog wel belangrijker… Je ontdekt dat een vervelende dag niet betekent dat je moet stoppen. Dat je een teleurstelling kunt verdragen, dat je opnieuw kunt beginnen. Dat je sterker bent dan je vooraf dacht. Veerkracht ontstaat namelijk niet doordat je nooit tegenslagen meemaakt. Veerkracht groeit juist doordat je ontdekt dat je met tegenslagen om kunt gaan. En precies dat vertrouwen neem je de rest van je leven mee.
Wat kunnen wij als ouders meegeven?
Als ouders willen we niets liever dan onze kinderen gelukkig zien. We willen voorkomen dat ze verdriet hebben, teleurgesteld raken of fouten maken. Dat is misschien wel het meest liefdevolle wat er is. Toch vraag ik me soms af of we onze kinderen daarmee ook onbedoeld iets ontnemen.
Wanneer we een probleem direct oplossen, wanneer we geld geven zodat ze niet hoeven te sparen. Wanneer we een werkgever bellen omdat een bijbaan tegenvalt. Of wanneer we zeggen: “Stop er maar mee als je het niet leuk vindt.” Begrijp me goed. Soms is stoppen juist de beste keuze. Soms past een baan niet, soms is een werkplek onveilig, soms is er sprake van respectloos gedrag en is doorgaan helemaal niet verstandig. Maar er zijn ook situaties waarin het waardevol is om nog even vol te houden. Om te ervaren dat iets moeilijk mag zijn. Dat je moe mag worden. Dat je teleurgesteld mag zijn. En dat je daarna ontdekt: “Hé… ik kan dit eigenlijk best.” Dat zijn ervaringen die niemand van je af kan nemen.
Misschien is dat wel het mooiste cadeau
Als coach zie ik dagelijks hoe belangrijk zelfvertrouwen en veerkracht zijn. Niet het zelfvertrouwen dat ontstaat doordat alles altijd lukt. Maar het zelfvertrouwen dat groeit doordat je ontdekt dat je kunt omgaan met dingen die níét lukken. Dat je na een teleurstelling weer opstaat. Dat je een moeilijke situatie aankunt. Dat je niet opgeeft bij de eerste tegenwind.
Misschien is dat wel het mooiste cadeau dat we jongeren kunnen meegeven. Niet een leven zonder obstakels. Maar het vertrouwen dat ze die obstakels aankunnen. En misschien begint dat wel bij iets heel kleins. Een vakantiebaantje, een minder leuke klus. Sparen voor iets wat je graag wilt. Of ontdekken dat je veel sterker bent dan je zelf ooit had gedacht. Want uiteindelijk zijn het vaak niet de dingen die ons zijn komen aanwaaien waar we met de meeste trots op terugkijken.
Het zijn juist de dingen waar we moeite voor hebben gedaan. De dingen waarvan we, jaren later, nog steeds kunnen zeggen: “Dat heb ik helemaal zelf voor elkaar gekregen.”
“Herken je jouw zoon of dochter in dit verhaal? Loopt je kind vast wanneer dingen anders lopen dan verwacht, of merk je dat het zelfvertrouwen een deuk heeft opgelopen? In mijn praktijk begeleid ik jongeren om meer vertrouwen te krijgen in zichzelf, zodat ze leren omgaan met tegenslagen en ontdekken dat ze vaak veel meer kunnen dan ze zelf denken.”
