Elke school kent ze.
Leerlingen die door de les heen praten, grenzen opzoeken, boos worden, zich terugtrekken of juist voortdurend aandacht vragen. Het gedrag valt op. En vaak wordt daar snel iets van gevonden.
Er volgen gesprekken, waarschuwingen, sancties. Soms zorgtrajecten. Alles met de intentie het gedrag te laten stoppen. Maar wat als dat gedrag niet het probleem is, maar een signaal?
Achter storend gedrag zit zelden onwil.
Veel vaker zit er spanning. Onmacht. Onveiligheid. Een gevoel van niet gezien worden. Of een last die te groot is om alleen te dragen.
Gedrag is communicatie.
En soms is het de enige taal die een leerling tot zijn beschikking heeft.
Ik heb leerlingen ontmoet die ‘lastig’ werden genoemd. Docenten kwamen met tegenzin de les geven, want deze leerling zou de boel vast weer op stelten zetten. Leerlingen die boos reageerden omdat ze zich voortdurend over- of ondervraagd voelden. Jongeren die de les verstoorden omdat stilstaan bij zichzelf simpelweg te pijnlijk was. Of leerlingen die thuis zorg droegen voor meer dan je van een kind mag vragen.
Wanneer we alleen reageren op wat zichtbaar is, missen we de essentie.
Dan proberen we te corrigeren, terwijl er eigenlijk iets gehoord wil worden.
Dat vraagt iets van ons als professionals.
Het vraagt vertraging. Nieuwsgierigheid. En de moed om niet meteen te weten wat er moet gebeuren. Om vragen te durven stellen zoals:
Wat maakt dat dit gedrag nu nodig is?
Wat probeert deze leerling te beschermen of duidelijk te maken?
Op het moment dat een leerling zich gezien voelt, verandert er iets. Niet altijd direct in het gedrag, maar wel in de relatie. En die relatie is vaak de sleutel tot verandering.
Misschien begint echte begeleiding wel daar:
niet bij het stoppen van het gedrag, maar bij het verstaan ervan.
Neem even een moment om dit mee te nemen:
Welke signalen bij een leerling vallen mij vaak op, en wat zouden ze mij willen vertellen als ik écht luister?
