De voordeur gaat open. Je dochter komt thuis uit school, gooit haar tas in de gang en loopt de kamer binnen. “Hoi. Ik ben weer thuis” Je kijkt op van je telefoon. “Hé, hoe was het vandaag?” “Goed.”
Je telefoon trilt. Nog even dat berichtje beantwoorden. Je was tenslotte al midden in een gesprek. Daarna kijk je weer op. “Nog iets bijzonders gebeurd?” “Nee.” Ze loopt naar boven.
Een paar uur later zitten jullie aan tafel. Haar telefoon ligt naast haar bord. Er komt een berichtje binnen en bijna automatisch pakt ze hem op. “Hé, leg dat ding nou eens weg. We zitten te eten.”
Ze kijkt je aan. Maar ze zegt niets. Misschien legt ze haar telefoon met een zucht weg en waarschijnlijk staan we er op zo’n moment helemaal niet bij stil dat er die middag óók iets gebeurde. Niet omdat we niet geïnteresseerd waren toen ze thuiskwam. Natuurlijk niet. Misschien was dat berichtje voor je werk, of moest je nog snel iets regelen. Misschien had iemand je net een vraag gesteld waarop je antwoord wilde geven. Maar je dochter zag vooral een ouder met een telefoon in de hand.
Kinderen kijken naar ons. Veel meer dan we soms beseffen. Dat gebeurt ook op andere momenten. Je zoon heeft afgesproken dat hij om zes uur thuis is. Het is kwart over zes wanneer hij binnenkomt. “We hadden toch zes uur afgesproken?” “Ja, sorry. Het liep uit.” Je voelt de irritatie. Want zo ingewikkeld is het toch niet? Als je iets afspreekt, dan houd je je eraan. En als dat niet lukt, laat je het even weten.
Een paar dagen later heb je zelf met iemand afgesproken. Eigenlijk komt het niet zo goed uit. Je bent moe, het is druk geweest en je hebt weinig zin om nog de deur uit te gaan. Je stuurt een appje. “Sorry, zullen we een andere keer afspreken?” Heel begrijpelijk. Maar ook dát ziet een kind.
Net zoals het ziet dat we tijdens het eten zeggen dat telefoons weg moeten, terwijl we zelf toch even kijken wanneer er een berichtje binnenkomt. Dat we zeggen dat rust belangrijk is, maar zelf van afspraak naar afspraak rennen. Dat we willen dat onze kinderen luisteren wanneer iemand praat, terwijl we zelf soms maar met een half oor luisteren omdat we ondertussen nog drie andere dingen aan het doen zijn en misschien zit daar wel een van de ingewikkeldste kanten van opvoeden.
We denken bij opvoeden vaak aan wat we onze kinderen meegeven. Aan de gesprekken die we voeren, de grenzen die we stellen en de afspraken die we maken. We leggen uit waarom iets belangrijk is en hopen dat onze kinderen daar iets van meenemen. Maar een groot deel van opvoeden gebeurt waarschijnlijk op momenten waarop we helemaal niet bezig zijn met opvoeden.
Gewoon terwijl we leven. Aan de keukentafel. In de auto. Wanneer we haast hebben. Wanneer iets tegenzit. Wanneer iemand belt terwijl we eigenlijk met ons kind in gesprek zijn. Wanneer we een fout maken of wanneer een afspraak ons ineens niet meer zo goed uitkomt. Daar kijken onze kinderen mee.
En nee, dat betekent niet dat we vanaf nu onze telefoon nooit meer mogen pakken, geen afspraak meer mogen verzetten en altijd geduldig en aandachtig moeten zijn. Dat zou ook een behoorlijk onmogelijk voorbeeld zijn om voor te leven.
Het zit het juist in iets anders. Dat je dochter thuiskomt terwijl jij op je telefoon zit en je ineens denkt: wacht even. Je legt hem weg. “Sorry, ik was met mijn aandacht ergens anders. Kom eens zitten. Hoe was je dag écht?”
Of dat je zoon je erop wijst dat jij zelf ook weleens te laat bent. En dat je niet meteen zegt: “Ja, maar dat is anders.” Maar even nadenkt. “Je hebt eigenlijk gelijk.”
Ook dát is voorleven. Laten zien dat je niet perfect hoeft te zijn. Dat je naar jezelf kunt kijken. Dat je kunt erkennen wanneer je iets van een ander vraagt wat jezelf ook niet altijd lukt. En dat je opnieuw kunt kiezen.
We kunnen onze kinderen heel veel vertellen over respect, aandacht, verantwoordelijkheid, grenzen en verbinding. Maar uiteindelijk leren ze het meest van hoe wij daar zelf mee omgaan. Niet van hoe we zeggen dat het hoort, maar van hoe we leven wanneer niemand bewust bezig is met opvoeden.
Daarom is het, wanneer we ons de volgende keer ergeren aan iets wat ons kind doet, interessant om niet alleen te denken: Waarom doet hij nou alweer zo? Maar ook heel even naar onszelf te kijken. Wat ziet mijn kind eigenlijk als hij naar mij kijkt?

