Hoe kan het dat mijn puber het daar wél kan?
Op zaterdag moet hij om acht uur beginnen bij zijn bijbaan. Om kwart voor acht stapt hij op de fiets. Zijn werkkleding heeft hij aan, zijn spullen heeft hij bij zich en je hoeft hem echt niet drie keer te vertellen dat hij moet vertrekken.
Ook met sporten lijkt er weinig mis met zijn gevoel voor tijd en verantwoordelijkheid. Hij weet precies wanneer hij moet trainen, zorgt dat zijn sporttas klaarstaat en als de wedstrijd op zondag een half uur eerder begint, hoef jij hem daar niet aan te herinneren. Sterker nog, waarschijnlijk vertelt hij het jou.
En dan is het maandagochtend. Je hebt inmiddels twee keer geroepen dat hij eruit moet, zijn schooltas ligt nog half ingepakt in de gang en terwijl jij naar de klok kijkt, lijkt hij zelf nog geen enkele haast te hebben. Als hij uiteindelijk vertrekt, vraag je je af of hij überhaupt op tijd gaat komen.
Die middag blijkt hij ook nog vergeten te zijn dat hij een afspraak had. En wanneer je vraagt of dat werkstuk dat morgen ingeleverd moet worden inmiddels af is, kijkt hij je aan met een blik waaruit je eigenlijk het antwoord al kunt aflezen. Juist dát maakt het soms zo frustrerend.
Want als je kind overal chaotisch zou zijn, zou je nog kunnen denken: hij vindt plannen gewoon lastig. Maar je ziet met eigen ogen dat hij het wél kan. Bij zijn werk is hij verantwoordelijk en bij het sporten kan hij ineens uitstekend vooruitdenken.
Waarom lukt dat daar dan wel en thuis en op school niet?
Als ik daar met jongeren over praat, vinden zij die tegenstelling zelf vaak helemaal niet zo vreemd. Een jongen zei eens heel nuchter tegen me: “Ja, natuurlijk kom ik op mijn werk op tijd. Als ik steeds te laat kom, hoef ik op een gegeven moment niet meer te komen.” Hij heeft natuurlijk een punt.
Bij zijn bijbaan is heel duidelijk wat er gebeurt wanneer hij zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Als hij regelmatig te laat komt of zijn werk niet goed doet, kan hij zijn baan kwijtraken. Daarmee verliest hij niet alleen zijn werk, maar misschien ook zijn inkomen, zijn zelfstandigheid en een plek waar hij het naar zijn zin heeft.
Bij sport werkt het vaak net zo. Als je te laat komt, kan het betekenen dat je op de bank begint. Als je zonder iets te laten weten niet komt opdagen, heeft niet alleen jij daar last van, maar ook je team. Er wordt op je gerekend en de gevolgen van je keuzes zijn direct merkbaar.
Thuis ligt dat anders. Natuurlijk vindt een puber het niet leuk wanneer zijn ouders voor de zoveelste keer mopperen omdat hij zijn afspraak is vergeten, zijn kamer een puinhoop is of zijn spullen overal laat slingeren. Misschien ontstaat er zelfs regelmatig ruzie over. Maar uiteindelijk blijft thuis gewoon thuis. Je raakt je plek in het gezin niet kwijt omdat je drie keer je handdoek op de badkamervloer hebt laten liggen. Je ouders zijn er morgen ook nog als je vandaag bent vergeten wat je met ze had afgesproken. Dat is ergens ook precies zoals het hoort. Thuis zou de plek moeten zijn waar je niet voortdurend hoeft te presteren om erbij te mogen horen. Maar het maakt wel begrijpelijk waarom alleen mopperen lang niet altijd voldoende reden is om gedrag te veranderen.
Op school zie je soms iets vergelijkbaars. Een leerling komt regelmatig te laat en moet zich daarom een paar keer vroeg melden. Hij vergeet zijn huiswerk en hoort opnieuw van zijn docent dat hij beter moet plannen. In Magister verschijnen opmerkingen en thuis beginnen zijn ouders er vervolgens ook nog over.
Voor de volwassenen om hem heen is er duidelijk een probleem. Wanneer diezelfde jongen ondertussen voldoendes haalt en aan het einde van het jaar gewoon overgaat, kan hij daar zelf heel anders naar kijken. Ik sta toch voldoende? Ik ga toch over? Wat is dan eigenlijk het probleem?
Dat kan voor ons als volwassenen behoorlijk frustrerend zijn. Wij kijken namelijk verder vooruit. We willen dat een jongere leert plannen, afspraken nakomt en verantwoordelijkheid neemt, omdat we weten dat hij die vaardigheden later nodig heeft. Voor een puber is later vaak een stuk minder voelbaar dan wat er vandaag gebeurt.
En daar ontstaat iets interessants. Want juist omdat wij zo graag willen dat het goed gaat, gaan we helpen. We roepen 's morgens nog een keer hoe laat het is. En vijf minuten later nog een keer. We appen 's middags dat hij om vier uur bij de tandarts moet zijn. We nemen het vergeten schoolboek mee wanneer we toevallig toch langs school rijden. We vragen of hij al geleerd heeft voor die toets en herinneren hem eraan dat dat formulier morgen echt mee moet.
Niet omdat we onze puber niets zelf toevertrouwen, maar juist omdat we betrokken zijn. We zien aankomen wat er gebeurt als hij het vergeet en denken: Ik zeg het nog maar even.
Voor je het weet ontstaat er een vreemde tegenstelling. We willen zo graag dat onze puber verantwoordelijkheid leert nemen, dat wij steeds meer verantwoordelijkheid zijn gaan dragen om ervoor te zorgen dat hij dat ook daadwerkelijk doet. Hier zit denk ik iets om nieuwsgierig naar te worden. Want wat zou er gebeuren als je niet roept dat hij nu echt moet vertrekken omdat hij anders te laat komt? Wat gebeurt er als je niet appt dat hij over een half uur bij de tandarts moet zijn? Of wanneer je dat vergeten schoolboek niet alsnog naar school brengt? Niet vanuit de gedachte: Dan moet je het zelf maar weten. Maar vanuit een heel andere gedachte: Dit is van jou. En ik vertrouw erop dat jij mag leren hoe je hiermee omgaat.
Dat betekent natuurlijk niet dat we een puber overal maar tegenaan moeten laten lopen. Soms zijn de gevolgen te groot en heeft een jongere onze hulp nog gewoon nodig. Ook verschilt het enorm per kind wat hij al zelf kan dragen. Loslaten is iets anders dan een kind aan zijn lot overlaten.
Maar we mogen onszelf af en toe wel afvragen wie er op dit moment eigenlijk het meeste last heeft van het vergeten huiswerk, het te laat komen of die gemiste afspraak. Want zolang jij degene bent die op de klok kijkt, drie keer roept dat hij moet vertrekken en uiteindelijk in de auto springt om hem alsnog op tijd op school te krijgen, hoeft je puber zelf die urgentie nauwelijks te voelen.
En juist zijn bijbaan en sport laten zien dat hij dat waarschijnlijk veel beter kan dan je soms denkt. Daar neemt hij verantwoordelijkheid omdat hij weet dat er op hem gerekend wordt en omdat zijn keuzes gevolgen hebben die voor hém betekenisvol zijn. Hij heeft geleerd zijn tas klaar te zetten, op de klok te kijken en op tijd te vertrekken. Niet omdat iemand iedere vijf minuten achter hem aan loopt, maar omdat het van hem is.
Misschien zit daar thuis wel een mooie uitnodiging in. Niet om harder te worden of meer consequenties te bedenken, maar om af en toe juist iets minder te doen. Om niet automatisch de verantwoordelijkheid over te nemen voor iets waarvan we hopen dat onze kinderen het uiteindelijk zelf leren dragen. Want verantwoordelijkheid leer je niet alleen doordat iemand je vertelt dat je verantwoordelijk moet zijn. Je leert het vooral wanneer je de ruimte krijgt om het zelf te worden. Dat begint soms met als ouder een klein stapje terug doen en denken: Ik weet dat je dit kunt. Dat laat je op andere plekken allang zien. Nu mag je het hier ook zelf gaan ontdekken.

