Je zit met je gezin in een restaurant. Aan het tafeltje naast je zit een jong gezin. De ouders bekijken de menukaart, terwijl hun peuter rustig naar een filmpje op een telefoon kijkt. Even later wordt het eten gebracht. De telefoon blijft staan, want zo kan iedereen tenminste rustig eten.
Of die ouder die aan het koken is en zijn kind even een tablet geeft. Lekker gemakkelijk, want dan kun je tenminste ongestoord het eten klaarmaken. Herkenbare situaties, die we allemaal weleens om ons heen zien. En misschien ook wel situaties waarin we onszelf herkennen.
Tegelijkertijd klinkt steeds vaker de roep om kinderen tot hun zestiende weg te houden van smartphones en sociale media. Om hen te beschermen tegen een digitale wereld waarin ze voortdurend worden blootgesteld aan prikkels, verwachtingen, verleidingen en beelden die lang niet altijd passen bij hun ontwikkeling.
En die zorgen begrijp ik heel goed. Maar ik vraag me ook iets anders af. Wat leren we onze kinderen eigenlijk over schermgebruik wanneer we schermen vanaf jonge leeftijd inzetten om verveling, onrust of ongemak te voorkomen?
Want juist die momenten waarop er even niets te doen is, waarin je moet wachten, jezelf moet vermaken of rekening moet houden met anderen, zijn waardevolle momenten in de ontwikkeling van een kind. Daar leren kinderen omgaan met frustratie, ontdekken ze hun eigen creativiteit en ervaren ze dat niet ieder moment gevuld hoeft te worden. Wanneer we die momenten steeds opvullen met een scherm, nemen we ongemerkt ook een stukje van die oefenruimte weg.
En dan komt de puberteit. Ineens maken we ons zorgen over de hoeveelheid tijd die onze kinderen op hun telefoon doorbrengen. Over de invloed van sociale media, over wat ze allemaal tegenkomen en over de moeite die ze hebben om hun telefoon weg te leggen. Maar hoe hebben we hen eigenlijk geleerd om daarmee om te gaan?
Door grenzen te stellen? Door zelf het goede voorbeeld te geven? Door samen te ontdekken wat schermen met je doen? Of vooral door te bepalen wanneer het scherm aan en uit mag? Ik vraag me af of we onze kinderen werkelijk helpen door hen tot hun zestiende zo veel mogelijk weg te houden van de digitale wereld, om hen er vervolgens ineens aan bloot te stellen.
Want hoe leer je omgaan met iets waar je nooit mee hebt mogen oefenen?
Natuurlijk hoeven jonge kinderen niet overal toegang toe te hebben. Bescherming en duidelijke grenzen zijn belangrijk. Maar juist binnen die grenzen kunnen we kinderen stap voor stap begeleiden in het ontwikkelen van een gezonde relatie met schermen en daar hoort wat mij betreft nog iets heel belangrijks bij.
Dat we net zo nieuwsgierig worden naar de digitale wereld van onze kinderen als naar hun wereld op school.
We vragen hoe het op school was, met wie ze gespeeld hebben en wat ze hebben meegemaakt. Maar hoe vaak vragen we werkelijk wat hen online bezighoudt? Welke filmpjes maken hen aan het lachen? Welke mensen volgen ze? Wat vinden ze interessant? Wat komen ze tegen waar ze van schrikken, onzeker van worden of vragen over hebben? Niet om alles te controleren, maar vanuit oprechte belangstelling.
Want voor onze kinderen is die digitale wereld geen aparte wereld. Het is een onderdeel van hun dagelijks leven. Een plek waar ze contact hebben met vrienden, zichzelf ontdekken, plezier maken, maar ook geconfronteerd kunnen worden met dingen die ze nog niet goed begrijpen. Hoe fijn zou het zijn als ze weten dat ze ook met die ervaringen gewoon bij ons terechtkunnen? Zonder dat we meteen oordelen, corrigeren of hun telefoon afpakken.
Misschien vraagt gezond schermgebruik daarom wel veel meer van ons als ouders dan alleen het stellen van een leeftijdsgrens. Het vraagt dat we zelf bewust omgaan met onze telefoon. Dat we samen leren dat verveling erbij hoort, dat niet ieder stil moment gevuld hoeft te worden en dat er momenten zijn waarop we onze aandacht helemaal bij elkaar houden en dat we onze kinderen niet alleen beschermen tegen de digitale wereld, maar hen vooral begeleiden om er hun eigen weg in te vinden.
Want uiteindelijk willen we toch niet dat onze kinderen hun telefoon wegleggen omdat wij dat zeggen, maar omdat ze zelf leren voelen wanneer het genoeg is?
Ik ben benieuwd hoe jullie hiernaar kijken.
Beschermen we onze kinderen het beste door schermen zo lang mogelijk uit te stellen? Of juist door hen van jongs af aan, stap voor stap en binnen duidelijke grenzen, te leren hoe ze er bewust mee om kunnen gaan?

